|
|
Overlijden: Van ieder overlijden dat in Nederland plaatsvindt, dient een akte te worden opgemaakt in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden. In de drie onderstaande situaties wordt een akte opgemaakt: - rechtsvermoeden van overlijden
- aanvulling van de registers met ontbrekende akte
- levenloos geboren kind
Aangiftetermijn: Omdat bij de aangifte van overlijden in de meeste gevallen tevens het verlof tot begraving of crematie wordt afgegeven, moet u meestal binnen vijf dagen na de dag van overlijden aangifte doen.
De aangifte van overlijden gebeurt in de praktijk meestal door de begrafenisondernemer maar kan ook door een nabestaande worden gedaan. Na het opmaken van de overlijdensakte, wordt tevens het verlof tot begraven afgegeven.
Meenemen/opsturen:
- B-verklaring (een formulier ten behoeve van het CBS) waarop de geneeskundige die het overlijden heeft vastgesteld, gegevens omtrent de doodsoorzaak heeft vermeld
- Bij een natuurlijke doodsoorzaak: verklaring van overlijden afgegeven door de behandelend geneeskundige of gemeentelijk lijkschouwer
- Bij een onnatuurlijke doodsoorzaak: waarschuwingsverklaring van de geneeskundige/arts dat geen verklaring van overlijden kan worden afgegeven. Plus een verklaring van geen bezwaar van de officier van Jusititie dat verlof tot begraven/crematie kan worden afgegeven
- Als uitstel van crematie/begrafenis noodzakelijk is: verklaring van geen bezwaar afgegeven door een geneeskundige
- Lichaam ter beschikking van de wetenschap: een codiciel/wilsbeschikking van de overledene waaruit blijkt dat de overledene zijn/haar lichaam ter beschikking van de wetenschap heeft gesteld een en ander in overleg met een medische faculteit
- Desgewenst het trouwboekje in verband met het wijzigen van de overlijdensgegevens.
|
|
|
|